|
REVUE HOSPITALS.BE
VERPLEEGKUNDE IN DE TOEKOMST: EEN UITDAGING VOOR DE ZIEKENHUISMANAGERS?
Lezing gehouden in het kader van het colloquium op 15 mei 2002
PAR L. NIEMEGEERS
Adviseur Raad Van Bestuur
Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam
----------
HUIDIGE SITUATIE IN NEDERLAND
De Nederlandse gezondheidszorg heeft te kampen met lange wachtlijsten waardoor het steeds meer voorkomt dat patiënten doorgestuurd worden naar het buitenland o.a. naar België en Duitsland. Er is te weinig personeel, niet alleen op gewone afdelingen maar ook op specialistische afdelingen zoals intensive care (volwassenen, kinderen en neonatologie), operatiekamers (soms is de capaciteit gereduceerd tot 30% van de gebruikelijke capaciteit).
Eén en ander is het gevolg van te weinig instroom in de opleidingen, te weinig instroom in de gezondheidszorg onmiddellijk na het afronden van de opleiding, te grote uitstroom uit het beroep van verpleegkundige en te grote uitstroom uit de directe zorg.
WAT IS ER AAN VOORAF GEGAAN?
Sinds 1982 zijn er in de gezondheidszorg structureel bezuinigingen toegepast door sturing op het aanbod en strakke regelgeving. Met name de laatste jaren was er een trend van beheren en beheersen: het accent lag onevenredig sterk op geld en niet op inhoud van de zorg. In een dergelijke context ervaren verpleegkundigen vervreemding die uiteindelijk leidt tot desillusie en het verlaten van het beroep. Net afgestudeerden zien het niet zitten. Zoals de verhoudingen in de gezondheidszorg nu zijn is de werkomgeving minder aantrekkelijk en worden de ontplooiingskansen minder . De geringe instroom in de opleidingen zet zich door. In 2001 was de instroom 16% minder dan in 2000. In een overspannen arbeidsmarkt zijn dit factoren die de kansen op het aantrekken en behouden van (goed) personeel negatief beïnvloeden.
Bij het grote aantal reorganisaties in de ziekenhuizen is de functie van directeur verpleging of een analoge functie verdwenen. Een goed alternatief is niet voorhanden of daar wordt niet naar gekeken. Verpleegkundigen hebben geen rolmodel meer waar ze zich aan kunnen spiegelen.
Ziekenhuizen worden vaak beschouwd als bedrijven. Dit heeft geleid tot een jarenlange trend van indeling in divisies/clusters. Inmiddels dringt in de gezondheidszorg steeds meer het besef door dat een ziekenhuis geen koekjesfabriek is. Toch doet iedere nieuwkomer aan de top van een ziekenhuis exact wat anderen ook gedaan hebben. Voor de verpleging betekent dit dat door het opknippen van de organisatie in betrekkelijk autonome eenheden samenhang ontbreekt o.a. ten aanzien van het verpleegkundig beleid. Dingen gebeuren dubbel of gebeuren niet. Noodzakelijke synergie is ver te zoeken. Er is een onevenredige groei van 'managers'.
De loonsystematiek in de huidige collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) is ongunstig voor verpleegkundigen. Omdat er steeds algemene loonsverhogingen afgesproken worden blijft de absolute en relatieve loonachterstand bestaan. Werkgevers en vakbonden durven het niet aan gevolg te geven aan de roep om een gedifferentieerd benadering van de lonen.
Op strategische posities is de verpleegkundige discipline verdwenen zoals bij het Ministerie van Volksgezondheid en bij de inspectie. Slechts op indirecte wijze is invloed en meedenken voor de verpleegkundigen mogelijk. De inbreng van de stem van de verpleegkundigen moet telkens opnieuw bevochten worden. De indruk bestaat dat er veel gepraat wordt over, langs, onder, achter maar niet met de verpleegkundigen.
Op veel plaatsen en bij veel bijeenkomsten is het nog steeds geen vanzelfsprekendheid dat de stem van de verpleegkundigen gehoord wordt of meegewogen wordt, laat staan dat ze zelf een inbreng hebben in zaken die hun aangaan. Er wordt te gemakkelijk van uitgegaan dat participatie van verpleegkundigen niet nodig is in bijeenkomsten of op plaatsen waar gepraat wordt over de zorg.
WELKE MAATREGELEN WORDEN GENOMEN OM HET TIJ TE KEREN?
Enerzijds hebben zich gedurende een aantal jaar zaken voorgedaan die geleid hebben tot negatieve effecten voor de verpleegkundige beroepsgroep. Anderzijds zijn er ook maatregelen genomen om de positie van de verpleging te versterken. Deze maatregelen moeten uiteindelijk leiden tot een positieve ommezwaai. Een aantal van deze maatregelen is:
- het oprichten van het Landelijk Centrum Verpleging en Verzorging . Dit centrum heeft als opdracht versterking van de positie van verpleegkundigen en verzorgenden. Het ministerie van volksgezondheid stelt structureel geld ter beschikking om deze opdracht uit te voeren.
- het oprichten van de koepelorganisatie Algemene Vergadering Verpleging en Verzorging: deze koepel groepeert alle beroepsorganisaties in de verpleging en verzorging. Hij is tevens het formele aanspreekpunt voor het ministerie van volksgezondheid waar het gaat om de verpleegkundigen en verzorgenden.
- diverse landelijke imagocampagnes: helaas zonder echt aantoonbaar succes.
- acties van ziekenhuizen zelf zoals een schaarsteoffensief van de gezamenlijke academische ziekenhuizen, samenwerking tussen de academische ziekenhuizen en de hogere beroepsopleidingen en het introduceren van nieuwe beroepen in de gezondheidszorg.
- het jaarlijks verzorgen van het Orion programma: dit is een programma met als doelstelling het opleiden van verpleegkundigen tot leiders. Dit programma richt zich vooralsnog niet op verpleegkundigen in een managementfunctie.
- het oprichten van Verpleegkundige Adviesraden in instellingen. Dergelijke adviesraden hebben geen formele status in tegenstelling tot de medische stafconventen.
Wat vooralsnog niet gebeurt is de terugkeer van de verpleegkundige discipline op het hoogste niveau in de organisatie. De medisch discipline is meestal wel sterk vertegenwoordigd in de top van de organisatie. Bij de academische ziekenhuizen is het niet ongebruikelijk dat naast een beheersmanager twee artsen in de raad ven bestuur zitting hebben.
CONCLUSIE
Er is geen bedrijfstak waar men op deze wijze omgaat met een dusdanig omvangrijk kapitaal. Alleen al uit financiële en bedrijfsoverwegingen zou veel meer aandacht voor de groep verpleegkundigen gerechtvaardigd zijn. Belangrijkst is echter dat er een mentaliteitsverandering ontstaat die er voor zorgt dat het verpleegkundige beroep gereanimeerd wordt. Dit betekent wel dat actie dringend nodig is.
Achteraf gezien was het beter geweest het niet zo ver te laten komen. Immers voorkomen is beter dan genezen.
REVUE HOSPITALS.BE [2001/4/No247]
|